Home
Home


Home
Home
Home

Protestantse gemeente
Hoek van Holland


Geloven doe je Samen

Welkom!


Welkom op de website van de Protestantse Gemeente te Hoek van Holland. Actuele informatie kunt u vinden onder items: Zondagsbrief, Samenloop (kerkblad), Kerkdiensten enz..    Wilt u weten hoe het pastoraat is verdeeld, kijk dan

bij Organisatie.   Kunt u uw benodigde informatie niet vinden neem dan contact op met de geleding

die u antwoord kan geven via de link Contact.    Graag tot ziens in onze gemeente, want Geloven doe je Samen.

Actueel

kerkdiensten


zondagsbrief


liturgie


agenda


samenloop

Over ons
contact


visie


organisatie

Geven

Anbi

Geloof

informatie

Overige info

KERKZOEKER


Nieuws


Archief


foto/film

Dorpskerk

Komende diensten

                        

zondag 27 mei   10.00 uur      ds. F.A. den Harder uit Zwijndrecht
Bertus Bliekhuis 19.30 uur      ds. D. van Duijvenbode uit Monster                             H.A
zondag 03 juni   10.00 uur      prop. J. Hagendijk uit Amsterdam

Handelingen 3 en 4


Genezing van een verlamde

3 1Op een dag gingen ​Petrus​ en ​Johannes​ zoals gewoonlijk omstreeks het negende uur naar de ​tempel​ voor het namiddaggebed. 2Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de ​tempel​ gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de ​poort​ die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de ​tempel. 3Toen hij zag dat ​Petrus​ en ​Johannes​ de ​tempel​ wilden binnengaan, vroeg hij om een ​aalmoes. 4Petrus​ richtte zijn blik op hem, evenals ​Johannes, en zei: ‘Kijk ons aan.’ 5De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen. 6Maar ​Petrus​ zei: ‘Geld​ heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van ​Jezus​ ​Christus​ van ​Nazaret, sta op en loop.’ 7Hij pakte hem bij zijn rechterhand om hem overeind te helpen. Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels. 8Hij sprong op, ging staan en begon te lopen. Daarna ging hij samen met hen de ​tempel​ binnen, lopend en springend en God lovend. 9Alle tempelbezoekers zagen hem lopen en hoorden hem God loven. 10Ze herkenden hem als de bedelaar die altijd bij de tempelpoort had gezeten en waren buiten zichzelf van verbazing over wat er met hem was gebeurd.


Toespraak van Petrus

11De bedelaar klampte zich aan ​Petrus​ en Johannes vast, terwijl de hele menigte stomverbaasd rond hen samenstroomde in de zuilengang van ​Salomo. 12Toen ​Petrus​ dat zag, richtte hij het woord tot het volk: ‘Israëlieten, waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen? 13Dit kon gebeuren omdat de God van ​Abraham​ en de God van ​Isaak​ en de God van ​Jakob, de God van onze voorouders, aan ​Jezus, zijn dienaar, de hoogste eer heeft bewezen. Het is deze ​Jezus​ die door u is uitgeleverd en verstoten, ook toen ​Pilatus​ bereid was hem vrij te laten. 14U hebt de ​heilige​ en rechtvaardige verstoten en geëist dat aan een ​moordenaar​ gratie verleend zou worden. 15Hem die de weg naar het leven wijst hebt u gedood, maar God heeft hem uit de dood doen opstaan, en daarvan getuigen wij. 16Het komt door zijn naam en door het geloof in zijn naam dat deze man, die u hier voor u ziet en die u kent, kan lopen; het geloof dat ​Jezus​ schenkt, heeft hem in aanwezigheid van u allen gezond gemaakt. 17Volksgenoten, ik weet dat u uit onwetendheid hebt gehandeld, evenals uw leiders. 18Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn ​messias​ zou lijden en sterven. 19Wend u af van uw huidige leven en keer terug tot God om ​vergeving​ te krijgen voor uw ​zonden. 20Dan zal de ​Heer​ een tijd van rust doen aanbreken en zal hij de ​messias​ zenden die hij voor u bestemd heeft. Dat is ​Jezus, 21die in de hemel moest worden opgenomen tot de tijd aanbreekt waarover God van oudsher bij monde van zijn ​heilige​ profeten heeft gesproken en waarin alles zal worden hersteld. 22Mozes​ heeft al gezegd: “De ​Heer, uw God, zal in uw midden een ​profeet​ zoals ik laten opstaan; luister naar hem en naar alles wat hij u zal zeggen. 23Wie niet naar deze ​profeet​ luistert, zal uit het volk gestoten worden.” 24Samuel​ en alle profeten na hem hebben deze tijd aangekondigd. 25U bent de erfgenamen van de profeten; met uw voorouders heeft God zijn ​verbond​ gesloten toen hij tegen ​Abraham​ zei: “In jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.” 26God heeft zijn dienaar allereerst voor u laten opstaan en hem naar u gezonden om ieder van u die zich afkeert van zijn slechte daden te ​zegenen.’


Ondervraging door de Joodse leiders

4 1Terwijl ​Petrus​ en ​Johannes​ de menigte nog toespraken, kwamen de ​priesters, het hoofd van de ​tempelwacht​ en de sadduceeën op hen af, 2hevig ontstemd omdat ze het volk onderrichtten en de opstanding uit de dood verkondigden op grond van wat er met ​Jezus​ was gebeurd. 3Ze grepen hen vast en zetten hen gevangen tot de volgende dag, omdat het al avond was. 4Maar van degenen die naar de toespraak hadden geluisterd, bekeerden velen zich, zodat het aantal gelovigen aangroeide tot ongeveer vijfduizend.


5De volgende dag kwamen de leiders, de oudsten en de ​schriftgeleerden​ bijeen in Jeruzalem, 6samen met Annas, de ​hogepriester, Kajafas, ​Johannes​ en Alexander, en allen die tot de hogepriesterlijke ​familie​ behoorden. 7Nadat ze ​Petrus​ en ​Johannes​ in het midden hadden doen plaatsnemen, begonnen ze het verhoor met de vraag: ‘Door welke kracht of in wiens naam hebt u die daad verricht?’ 8Petrus​ antwoordde, vervuld van de ​heilige​ Geest: ‘Leiders van het volk en oudsten, 9nu wij vandaag worden verhoord omdat we een zieke hebben geholpen, en nu ons wordt gevraagd hoe het komt dat hij is genezen, 10dient u allen en het hele volk van Israël te weten dat deze man hier gezond voor u staat dankzij de naam van ​Jezus​ ​Christus​ uit ​Nazaret, die door u gekruisigd is, maar die door God uit de dood is opgewekt. 11Jezus​ is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de ​hoeksteen​ geworden is. 12Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’


13Toen de leden van het ​Sanhedrin​ zagen hoe vrijmoedig ​Petrus​ en ​Johannes​ optraden en begrepen dat het gewone, ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in ​Jezus’ gezelschap hadden verkeerd. 14Maar omdat ze de man die genezen was bij hen zagen staan, konden ze niets tegen hun woorden inbrengen. 15Nadat ze hun bevolen hadden de raadszaal te verlaten, overlegden ze met elkaar. 16Ze zeiden: ‘Wat moeten we met hen doen? Voor alle inwoners van Jeruzalem is het duidelijk dat ze een wonder hebben verricht, en wij kunnen dat niet ontkennen. 17Maar om te voorkomen dat het gerucht zich nog verder onder het volk verspreidt, moeten we hen waarschuwen met niemand meer over ​Jezus​ te spreken en hun verbieden zijn naam nog te gebruiken.’ 18Ze riepen hen terug en bevalen hun de naam van ​Jezus​ op geen enkele manier meer te gebruiken en het volk niet meer over hem te onderrichten. 19Maar ​Petrus​ en ​Johannes​ zeiden: ‘Kunnen wij het tegenover God verantwoorden om wel naar u te luisteren en niet naar hem? Oordeelt u zelf! 20We moeten immers wel spreken over wat we gezien en gehoord hebben.’ 21Na hen nogmaals dreigend te hebben toegesproken lieten ze hen vrij, want ze wisten niet hoe ze hen konden straffen nu de mensen God loofden en eerden om wat er was gebeurd. 22De man die zo wonderbaarlijk was genezen, was namelijk meer dan veertig jaar verlamd geweest.


Gebed van de gelovigen

23Nadat ​Petrus​ en ​Johannes​ waren vrijgelaten, gingen ze naar de ​leerlingen​ en vertelden wat de hogepriesters en de oudsten hadden gezegd. 24Toen de ​leerlingen​ dat hoorden, riepen ze God eensgezind aan met de woorden: ‘Heer, u hebt de hemel en de aarde en de zee geschapen en alles wat daar leeft, 25u hebt door de ​heilige​ Geest, bij monde van onze voorvader ​David, uw dienaar, gezegd:


“Waarom snoeven de volken


en beramen de volksstammen zinloze plannen?


26De koningen van de aarde zijn aangetreden


en de heersers spannen samen


tegen de ​Heer​ en zijn ​gezalfde.”


27Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen ​Jezus, uw ​heilige​ dienaar, die door u is ​gezalfd: Herodes, ​Pontius ​Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, 28om datgene te doen waarvan u had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren. 29Welnu, ​Heer, sla ook nu acht op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig over uw boodschap te spreken 30door ons bij te staan, zodat zieken genezing vinden en er tekenen en wonderen gebeuren in de naam van ​Jezus, uw ​heilige​ dienaar.’ 31Toen ze hun ​gebed​ beëindigd hadden, begon de plaats waar ze bijeen waren te beven, en allen werden vervuld van de ​heilige​ Geest​ en spraken vrijmoedig over de boodschap van God.


Het gemeenschappelijke bezit

32De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk. 33De ​apostelen​ bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de ​Heer​ ​Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk. 34Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de ​apostelen​ 35en legde die aan hun voeten neer, waarna het ​geld​ naar behoefte onder de gelovigen werd verdeeld.


36Een van hen was Josef, een ​Leviet​ uit Cyprus, die van de ​apostelen​ de bijnaam ​Barnabas​ had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent. 37Hij bezat een akker, die hij verkocht, waarna hij het ​geld​ naar de ​apostelen​ bracht.