Home
Home


Home
Home
Home

Protestantse gemeente
Hoek van Holland


Geloven doe je Samen

Welkom!


Welkom op de website van de Protestantse Gemeente te Hoek van Holland. Actuele informatie kunt u vinden onder items: Zondagsbrief, Samenloop (kerkblad),
Kerkdiensten enz..    Wilt u weten hoe het pastoraat is verdeeld, kijk dan

bij Organisatie.   Kunt u uw benodigde informatie niet vinden neem dan
contact op met de geleding die u antwoord kan geven via de link Contact.   

Graag tot ziens in onze gemeente, want
Geloven doe je Samen.

Actueel

kerkdiensten


zondagsbrief


liturgie


agenda


samenloop

Over ons
contact


visie


organisatie

Geven

Anbi

Geloof

informatie

Overige info

KERKZOEKER


Nieuws


Archief


foto/film

Dorpskerk

Komende diensten                     
              

zondag 24 mrt    10.00 uur     ds. Dirk van Duijvenbode      KINDERDIENST

zondag 31 mrt    10.00 uur     ds. Dirk van Duijvenbode      4e zondag 40 dagen tijd

zondag 07 apr    10.00 uur      ds. Dirk van Duijvenbode      bevestiging ambtsdragers

Lucas 22


Het pesachmaal

22 1Het ​feest van het Ongedesemde brood, dat ​Pesach​ genoemd wordt, was bijna aangebroken. 2De hogepriesters en de ​schriftgeleerden​ zochten naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen, maar dan heimelijk, bang als ze waren voor de reactie van het volk. 3Toen nam ​Satan​ bezit van Judas, bijgenaamd Iskariot, een van de twaalf. 4Hij ging naar de hogepriesters en tempelwachters en besprak met hen hoe hij ​Jezus​ aan hen zou kunnen uitleveren. 5Ze waren opgetogen en spraken af dat ze hem voor zijn diensten zouden betalen. 6Judas nam hun aanbod aan en zocht een gunstige gelegenheid om ​Jezus​ aan hen uit te leveren, zonder dat het volk het zou merken.


7De dag van het Ongedesemde brood waarop het pesachlam geslacht moest worden, brak aan. 8Jezus​ stuurde ​Petrus​ en Johannes op pad met de woorden: ‘Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.’ 9Ze vroegen hem: ‘Waar wilt u dat we het bereiden?’ 10Hij antwoordde: ‘Let op, wanneer jullie de stad in gegaan zijn, zal jullie een man tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem naar het huis waar hij binnengaat, 11en zeg tegen de ​heer​ van dat huis: “De meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn ​leerlingen​ het pesachmaal kan eten?’” 12Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht; maak het daar klaar.’ 13Ze gingen op ​weg, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.


14Toen het zover was, ging hij samen met de ​apostelen​ ​aanliggen​ voor de ​maaltijd. 15Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. 16Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het ​koninkrijk van God.’ 17Hij nam een ​beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze ​beker​ en geef hem aan elkaar door. 18Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het ​koninkrijk van God​ gekomen is.’ 19En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, ​brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ 20Zo nam hij na de ​maaltijd​ ook de ​beker, en zei: ‘Deze ​beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe ​verbond​ dat door mijn bloed gesloten wordt.


21Maar weet wel dat degene die mij zal uitleveren samen met mij aan deze ​tafel​ ​aanligt. 22Want de ​Mensenzoon​ moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren.’ 23Ze vroegen zich onder elkaar af wie van hen zoiets zou kunnen doen.


24Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. 25Jezus​ zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. 26Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. 27Want wie is belangrijker, degene die ​aanligt​ om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die ​aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient.


28Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven. 29Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: 30jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn ​tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de ​twaalf stammen​ van Israël.


31Simon, ​Simon, weet dat ​Satan​ jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen ​zeven. 32Maar ik heb voor je ​gebeden​ opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’ 33Simon​ antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met u de ​gevangenis​ in te gaan en te sterven.’ 34Maar ​Jezus​ zei: ‘Ik zeg je, ​Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent.’


35Daarna zei hij tegen hen: ‘Toen ik jullie uitzond zonder geldbuidel, reistas en ​sandalen, kwamen jullie toen iets tekort?’ ‘Niets!’ antwoordden ze. 36Hij zei: ‘Maar wie nu een geldbuidel heeft, moet die meenemen, evenals zijn reistas, en wie er geen heeft moet zijn ​mantel​ verkopen en zich een ​zwaard​ aanschaffen. 37Want ik zeg jullie: wat geschreven staat, moet in mij tot vervulling komen, namelijk: “Hij werd gerekend tot de wettelozen.” Inderdaad, nu wordt voltrokken wat over mij gezegd is.’ 38Ze zeiden: ‘Kijk ​Heer, hier zijn twee ​zwaarden.’ Maar hij zei tegen hen: ‘Genoeg hierover!’


Jezus gevangengenomen en verloochend

39Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de ​Olijfberg. De ​leerlingen​ volgden hem. 40Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: ‘Bid​ dat jullie niet in beproeving komen.’ 41En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde daarna neer om te ​bidden. Hij bad: 42‘Vader, als u het wilt, neem dan deze ​beker​ van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’ 43Uit ​de hemel verscheen​ hem een ​engel​ om hem kracht te geven. 44Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef ​bidden; zijn zweet viel in grote druppels als bloed op de grond. 45Toen hij na zijn ​gebed​ opstond en terugliep naar de ​leerlingen, zag hij dat ze van verdriet in slaap waren gevallen, 46en hij zei tegen hen: ‘Waarom slapen jullie? Sta op en ​bid​ dat jullie niet in beproeving komen.’


47Terwijl hij nog sprak, kwam er opeens een horde mensen aan. Voorop liep de man die ​Judas​ heette, een van de twaalf; hij ging naar ​Jezus​ toe om hem te kussen. 48Maar ​Jezus​ zei tegen hem: ‘Judas, lever je de ​Mensenzoon​ uit met een kus?’ 49Toen degenen die bij hem stonden zagen wat er ging gebeuren, vroegen ze: ‘Heer, zullen we er met het ​zwaard​ op los slaan?’ 50En een van hen sloeg in op de dienaar van de ​hogepriester​ en sloeg hem zijn rechteroor af. 51Maar ​Jezus​ zei: ‘Houd daarmee op. Zo is het genoeg!’ Hij raakte het oor aan en genas de man. 52Tegen de hogepriesters en tempelwachters en de oudsten van het volk die op hem afgekomen waren, zei hij: ‘Als tegen een misdadiger bent u uitgetrokken met ​zwaarden​ en ​knuppels? 53Dagelijks was ik bij u in de tempel, en toen hebt u geen vinger naar me uitgestoken, maar dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis.’


54Ze grepen hem vast en voerden hem weg, en brachten hem naar het huis van de ​hogepriester. ​Petrus​ volgde hen op een afstand. 55Ze staken een vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; ​Petrus​ voegde zich bij hen. 56Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten, keek hem strak aan en zei: ‘Die man hoorde er ook bij!’ 57Maar hij ontkende het: ‘Ik ken hem niet eens!’ 58Even later merkte een ander hem op en zei: ‘Jij bent ook een van hen!’ Maar ​Petrus​ zei: ‘Welnee man, helemaal niet.’ 59En ongeveer een uur later zei nog iemand met grote stelligheid: ‘Ja zeker, die man was ook in zijn gezelschap, hij komt immers ook uit Galilea.’ 60Maar ​Petrus​ zei: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ En op datzelfde moment, terwijl hij nog sprak, kraaide er een haan. 61De ​Heer​ draaide zich om en keek ​Petrus​ aan, en toen herinnerde ​Petrus​ zich de woorden van de ​Heer: ‘Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.’ 62Hij ging naar buiten en huilde bitter.


63De mannen die ​Jezus​ gevangenhielden, dreven de spot met hem en geselden hem. 64Ze blinddoekten hem en zeiden: ‘Profeteer nu maar, wie is het die je geslagen heeft?’ 65En ze zeiden nog tal van andere lasterlijke dingen tegen hem.


Het verhoor

66Toen het dag werd, kwam de raad van oudsten van het volk bijeen, hogepriesters zowel als ​schriftgeleerden, en ze leidden hem voor in hun raadszitting. 67Ze zeiden: ‘Als u de ​messias​ bent, zeg het ons dan.’ Maar ​Jezus​ antwoordde: ‘Als ik het u zeg, gelooft u mij toch niet. 68En als ik een vraag stel, antwoordt u toch niet. 69Maar vanaf nu zal de ​Mensenzoon​ gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige.’ 70Toen zeiden allen: ‘U bent dus de ​Zoon van God?’ Hij antwoordde: ‘U zegt dat ik het ben.’ 71Ze zeiden: ‘Waarvoor hebben we nog getuigenverklaringen nodig? We hebben het immers zelf uit zijn eigen mond gehoord!’

Dorpskerk